Ruinerwold ligt in Zuidwest Drenthe en maakt sinds de gemeentelijke herindeling deel uit van de nieuwe gemeente De Wolden, waartoe ook de voormalige gemeenten Zuidwolde, Ruinen en de Wijk behoren.
Halverwege de 12e eeuw schonk de bisschop van Utrecht een moerassig gebied tussen Meppel en Ruinen aan het klooster te Ruinen. Het natte gebied werd met behulp van de monniken ontgonnen, waardoor er na verloop van tijd een bewoonbare omgeving ontstond waar men boerderijen vestigde. Door de ontginning ontstond er het zogenaamde slagenlandschap, bestaand uit vaak kilometers lange landbouwstroken met aan weerzijde sloten, waarlangs elzen, wilgen en eiken werden geplant.
Ruinerwold is voortgekomen uit het “Buddinge en Haakswold”, dat als zelfstandig schoutambt tot de heerlijkheid Ruinen behoorde. Het is pas in 18e eeuw de naam Ruinerwold gaan dragen. Ruinerwold is een streekdorp, dat zich gaandeweg ontwikkelde langs de verbindingsweg tussen Meppel en Ruinen.
De omstandigheden voor de boeren waren gunstig. In het begin was er vlasbouw in Ruinerwold. De bodem was uitstekend voor de veeteelt en de afzet van producten en dieren via het nabijgelegen Meppel was ook gunstig. Tot de komst van de boterfabrieken in Rogat, Ruinerwold en Oosteinde werd er veel Ruinerwoldse boter verhandeld in Meppel. In 1923 fuseerden de boterfabrieken uit Oosteinde en Ruinerwold, waarna de zuivelfabriek van Ruinerwold zich verder ontwikkelde.
Een groot aantal boeren uit Ruinerwold legde zich ook toe op de ontwikkeling van fokvee. Langs de wegen Haakswold, Dijkhuizen en Broekhuizen was de welvaart van deze prominente veefokkers af te lezen in de prachtige moderne boerderijen waarin zij destijds woonden. In de regio werden veetentoonstellingen georganiseerd, waar zelfs de koninklijke familie interesse in toonde. Veel mensen en bedrijven in Ruinerwold waren indirect bij de lokale landbouw betrokken, zoals de knechten, de melkvervoerders, mechanisatiebedrijven, de diervoederhandelaren, de hoefsmeden en de grasdrogerij.
Veel boeren richtten zich lange tijd op het houden van varkens, o.a. voor de export. Dat gebeurde vaak als tweede tak naast het veehoudersbedrijf.
Door de schaalvergroting, o.a. door de ruilverkaveling, is het aantal boerenbedrijven sterk verminderd en hebben de vrij gekomen gebouwen een andere invulling gekregen.
Tot dusver heeft Ruinerwold zich verder goed kunnen ontwikkelen als een plattelandsdorp, dat vrij dicht in de buurt van de stad Meppel ligt. Zo zijn er nog een aantal winkels voor de eerste levensbehoefte, scholen, kinderopvang, sportvoorzieningen, een dorpshuis, een huisartsenpraktijk, bedrijven op het bedrijventerrein en in de vele vrijgekomen boerderijen, recreatieve voorzieningen zoals een visvijver, campings en een museum.
Samen met de dorpen Berghuizen en Oosteinde ligt het verspreid over een uitgestrekt agrarisch landschap. In de omgeving liggen prachtige natuurgebieden zoals het Sultansmeer; een plas die is ontstaan door turfwinning. De bij Berghuizen aanwezige plas is in de laatste ijstijd ontstaan als uitblaaskom en is al eeuwenlang een prachtig natuurgebied.
In de loop van de tijd is Ruinerwold heel goed bereikbaar. Met busvervoer van en naar het treinstation in Meppel (6 km) en voor het autoverkeer door de nabije aanwezigheid van de A28 de A32, en de provinciale wegen N375 en 371.