De Karstenhoeve is waarschijnlijk gebouwd in 1614. Het gebouw wordt voor het eerst genoemd in 1630, bij de nieuwe hoofdelijke belasting: het hoofd van een huishouding moest voor elk gezinslid dat ouder was dan één jaar belasting betalen. In de Kale Buurtschap, zoals het hier destijds werd genoemd, moest dat ook worden gedaan door een zekere Willem Kersziens.
In 1672 werd in Drenthe een haardstedengeld geheven. Dat gebeurde wanneer een huis een haardstede, een stookplaats, had. De belastinggrondslag was het aantal paarden waarmee de boer zijn bedrijf uitoefende. Door elke vierpaards-boer (een vol huis) moest vier gulden worden betaald, door een "half huis" twee gulden en door een keuterboer een gulden. In dat jaar komen wij op dit adres Carsijn Coops tegen. Het is wel duidelijk dat de Karstens met vier paarden al vanaf de invoering van het haardstedengeld in Drenthe tot de welgestelde families behoorden.
In 1704 komt Coop Carsies voor in het register. Daarin verklaart hij 1400 carolus-guldens te bezitten aan liggend geld en allerhande capitalen — een rijke boer dus. Coop Carsies wordt namens de Kale Buurschap Atte; hij mocht recht spreken en boetes opleggen. Deze benoeming betekent dat Coop Carsies in de buurschap veel vertrouwen had. In het haardstedenregister van 1742 wordt als hoofdbewoner ene Karst Karsten genoemd, de zoon van Coop. Deze Karst Karsten is, evenals zijn vader, een man van aanzien geweest, want nadat Coop was overleden werd ook Karst namens de buurschap als Atte aangesteld.
Kleinzoon Lucas Carsten Carsten is tevens voor Ruinerwold een man van betekenis geweest. Lucas woonde samen met zijn vrouw Grietien en met zijn ongetrouwde broer Koop op dit adres (toen nog Kale Kluft, huisnummer 111), en zij hadden hulp van 3 knechten en 3 dienstbodes. Hij breidde de boerderij verder uit en deed bijvoorbeeld in 1794 diverse landaankopen te Havelte. Ook Lucas Carsten werd medeondertekenaar van het haardstedenregister. Het blijkt dat hij zelfs van 1819 tot 1825 als eerste wethouder van de gemeente heeft gefunctioneerd.
Uit het huwelijk van Lucas en Grietien werd in 1800 een dochtertje geboren. Dit meisje is echter al op jonge leeftijd gestorven en het huwelijk is daarna kinderloos gebleven.
Lucas overlijdt in 1841 en daarmee komt er een eind aan het leven van de laatste Karsten die de boerderij heeft bewoond. De knecht en de dienstmeid, die al jaren voor Koop en Lucas hadden gewerkt, trouwden en hebben als pachters nog 15 jaar samen de boerderij voortgezet, tot in 1858 de boerderij per openbare verkoping wordt verkocht en het geld onder de erven verdeeld.
De boerderij werd gekocht door Jacob Harms van Veen. Hij was getrouwd met Hilligje en samen kregen zij een dochter, Margje. Toen Margje 3 weken oud was overleed haar moeder, en zelf werd het kind maar 12 jaar oud. Vader Jacob Harms bleef 17 jaar weduwnaar voor hij op 57-jarige leeftijd hertrouwde met Maria Smelt, naaister van beroep en 24 jaar oud. Hun eerste 2 zonen werden 4 en 1 jaar oud en stierven een maand na elkaar.
In 1860 komt Jacob te overlijden. Als 6 jaar later ook de 3e zoon op 9-jarige leeftijd sterft, komt Maria in het volledige bezit van de boerderij. Zij is dan al hertrouwd met Wolter Hartsuiker, een kuiper uit Meppel. Samen kregen zij 5 kinderen, waarvan de eerste 3 als baby of peuter kwamen te overlijden. De laatste 2 bleven gelukkig in leven. Maria had op 39-jarige leeftijd van haar 8 kinderen er al 6 verloren. Maria had waarschijnlijk een winkeltje in het ovenhuisje.
Wolter Hartsuiker verkoopt in 1876 de boerderij aan Arend Pluim. De jongste zoon Berend trouwde met Aaltje Holland; hun enige zoon overleed in 1943, 26 jaar oud, en Aaltje bleef als enige over.
Deze Aaltje Pluim-Holland verkoopt haar boerderij in 1953 aan de gemeente Ruinerwold; zij mag er nog tot haar dood blijven wonen.
Het pand wordt opgeknapt en gerestaureerd, en sinds 1959 is het in gebruik als museumboerderij. Hier kan men zien hoe het boerenleven van de rijke boeren uit Ruinerwold eruitzag, en wordt verteld over de spreekwoorden en gezegden die hun oorsprong op de boerderij hebben.
Het museum is geopend van 1 mei tot 1 oktober, van 11.00 tot 16.00 uur. Behalve museum worden er ook veel activiteiten georganiseerd, waaronder 2× per jaar een antiek- en curiosaveiling, de Boerendrokte, de veiling van de perenbomen langs de Dokter Larijweg, een Bloesemfair en de fair "Meuk én Leuk".